Het jacquet bestaat uit een lange zwarte jas met rond weggesneden voorpanden en een zwart/grijs gestreepte broek zonder omslag. Daaronder wordt gedragen een wit overhemd met liggende boord en een blinde sluiting en dubbele manchetten. Een grijs of zwart vest en een grijze das. Eventueel met grijze handschoenen en grijze hoge hoed.
Gladde zwarte schoenen en zwarte sokken.
Tegenwoordig wordt ook regelmatig door de bruidedom en zijn gasten een fel gekleurde stropdas gedragen .
Tijdens een receptie hoeft men niet de hoed of handschoenen bij zich te hebben. Het jacquet wordt in de regel tot zonsondergang gedragen, tijdens het diner draagt men een smoking of rokkostuum.
